Met een beetje boetseren en plamuren komen we er niet
26 mei 2010
Met een beetje plamuren en boetseren komen we er niet
CDA-er Joop Atsma stelde recent in Elsevier dat hij het liefst wil regeren met de VVD en D66. Hij wil ruimte voor landbouw en behoud van Europese landbouwsubsidies. VVD kamerlid Janneke Snijder-Hazelhoff is eveneens pleitbezorger van de intensieve landbouw. “En met een beetje boetseren en plamuren kan je met D66 ook een heel eind komen,” suggereerde Atsma.
Maar met een beetje plamuren en boetseren vlak je de verschillen over de aanpak van het gemeenschappelijk landbouwbeleid niet uit. D66 wil dat Europa landbouwsubsidies voor massaproductie juist afbouwt en in plaats daarvan maatschappelijke waarden zoals natuurbehoud gaat belonen. Nederland moet zich daar in de EU hard maken de komende jaren. D66 wil de wereldhandel eerlijker en opener maken. Wat ons betreft moeten we daarom wel vaart zetten achter de internationale onderhandelingen.
Je zou denken dat een partij als de VVD die zich liberaal noemt niet bang zou zijn van een gelijk speelveld voor ondernemers. Maar in hun verkiezingsprogramma staat enerzijds dat de economische toekomst van Nederland afhangt van onze landbouw – en dus de landbouwsubsidies – anderzijds staat even verderop te lezen dat Nederland zich verzet “tegen tariefmuren, staatssteun en andere vormen van marktafscherming”.
Europese landbouwsubsidies verstoren de internationale handel. Ongeveer 40% van de EU begroting - 53 miljard euro in 2009 - wordt besteed aan landbouwsubsidies. Dat is ieder jaar 110 euro per Nederlander. Daarmee betalen we in feite twee keer voor ons eten.
Van die 43 miljard ging geld onder andere naar de dochter van de Bulgaarse minister van landbouw, naar een Zweedse accordeonclub en een school in Estland. Zelfs de Nederlandse luchthaven Schiphol, toch niet bekend om zijn landbouwactiviteiten, ontving bijna honderdduizend euro landbouwsubsidie. Die Europese landbouwsteun was oorsponkelijk bedoeld om de voedselproductie te verhogen en traditionele boeren te steunen in de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Maar in de loop van de tijd is dit instrument verworden tot een ordinaire prijssteun. En die steun komt niet eens uit bij de bestemming.
Die subsidies schaden bovendien boeren buiten de EU. Zo wordt zwaargesubsidieerde melkpoeder van Europa naar Afrika geëxporteerd. Daardoor wordt de lokale melksector in de kiem gesmoord en ontmoedigen we het geven van moedermelk wat beter is voor de gezondheid van lokale kinderen.
D66 pleit voor coherentie van beleid. Niet met de ene hand geven wat je met de andere neemt. Dus niet een duurzaam inkoopbeleid voor de overheid in Nederland terwijl we Afrikaanse wateren leegvissen. Geen opgeheven vingertje richting het buitenland terwijl zo lang we onze gesubsidieerde producten daar dumpen.
Met een beetje plamuren en boetseren komen we er niet. Er moet wat D66 betreft echt iets veranderen in het Europees landbouwbeleid. Niet alleen op papier waar dit soort ideeën gemeengoed zijn, maar in de praktijk.







Twitter
LinkedIn
Facebook