Rabiya Kadeer: Van wasvrouw to tycoon tot mensenrechtenactivist
30 maart 2010
Vandaag had ik Rabiya Kadeer, voorvechtster van de Iughuren in China, uitgenodigd voor een debat op het HCSS. Rabiya Kadeer symboliseerde ooit het economisch succes van China. Afkomstig uit een straatarm gezin in Oost Turkistan in het oosten van China, werkte de wasvrouw zich op tot een van de rijkste vrouwen van China. De overheid beloonde haar nijverheid door haar een aanstelling te geven in het Chineze Volkscongres. Ook kreeg zij een ereplaats tijdens de Vrouwenconferentie die in 1995 in Beijing werd gehouden.
Rabiya is niet alleen bijzonder succesvol, zij is ook een Oeigoerse vrouw. De Oeigoeren zijn een Turks volk die wonen in Oost Turkistan. Oost-Turkistan werd in 1949 ingelijfd bij China, en wordt sinds 1955 de autonome regio Xinjiang genoemd. Volgens Rabiya is er van autonomie en zelfbeschikking echter geen sprake, slechts van repressie gericht op verwoesting van de Oeigoer cultuur en een toestroom van Chineze kolonisten.
Voor China is het woongebied van de islamitische Oeigoeren met name interessant als wingewest omdat er grote olie- en gasreserves zijn. Na 9/11 is de onderdrukking van de Oeigoeren alleen maar toegnomen. Volgens Rabiya gebruikt China de terroristische aanvallen op Amerika als rechtvaardiging voor aggressieve assimilatie van het Oeigoer volk, onder andere door introductie van onderwijs in het Chinees en het overbrengen van Oeigoer kinderen naar China.
Dit is niet de eerste keer dat Rabiya kritiek uit op het Chinese bewind in Oost-Turkestan. In het Chinese Volkscongres hekelde zij de toestroom van Chinezen naar Oost Turkestan die ervoor zorgen dat Oeigoeren hun banen verliezen. Ze verweet China de cultuur van de Oeigoeren kapot te maken. Nadat zij in 1999 en aantal krantenknipsels naar de VS opstuurde wordt zij opgepakt voor het "lekken van staatsgeheimen." Zij brent zes jaar in de gevangenis door, waarvan twee jaar eenzame opsluiting in een donkere ruimte. Na haar vrijlating vlucht zij naar de Verenigde Staten. Haar familie is nog in China.
Rabiya’s kritiek op het Chinese bewind is snoeihard: kinderen en jonge ongetrouwde vrouwen worden naar school gestuurd of tewerk gesteld in China onder het mom van ontwikkelingshulp. In feite gaat het om gedwongen assimilatie, zegt Rabiya, en komen veel van de vrouwen nooit meer terug maar trouwen met Chinese mannen. Ook vertelt zij over gevallen waar in China tewerkgestelde Oeigoeren door Chinezen werden aangevallen met het verwijt hun banen af te pakken. Een van deze aanvallen werd gefilmd en verscheen op Youtube. Dit was aanleiding voor de rellen in de hoofdstad van Xingjang Urumqi, van 2009, waarbij veel doden en gewonden vielen.
Rabiya mag dan vrij kunnen praten, een oplossing ligt nog niet onmiddellijk in het verschiet. "Wij missen een Dalai Lama" zegt zij, die door de Chinezen beschouwd wordt als staatsvijand nummer 2. De beste manier om het probleem op te lossen is volgens Rabiya "de autonomie die wij op papier hebben, te respecteren." Dat levert sociale stabiliteit op. Hetzelfde argument gebruiken de Tibetanen: autonomie voor alle aangrenzende Tibetaanse gebieden binnen de grenzen van de grondwet van China.
Rabiya waarschuwt Westerse landen niet te zwichten voor Chinese druk in hun betrekkingen met China. "China respecteert landen die sterk zijn." Als je voet bij stuk houdt zal China met je aan tafel gan zitten. Dan worden de deals gesloten. Zij noemt het voorbeeld van tevergeefse protesten over haar komst naar Australie om haar film te promoten. De Australische regering gaf haar een visum. De Chinezen protesteerden hevig maar sloten enige dagen later een mega grondstoffen deal. Nadat Turkye de situatie in Oost Turkistan genocide had genoemd, bezocht een Chinese delegatie Turkije en sloot een aantal grote contracten. Het was "business as usual."
Het grootste gevaar schuilt volgens Rabyia Kadeer in het ultranationalisme van jonge Chinezen. Niet alleen voor volken binnen China als de Oeigoeren en de Tibetanen. Maar ook naar buiten toe. Deze jonge Chinezen hebben niks op met mondiale idealen en leggen een ongekende arrogantie aan de dag in internationale relaties, zegt zij, waar wij ons niet van bewust zijn.
De grondstoffen in Oost Turkestan en het water uit Tibet drijven China’s mythische 8% groei. Zonder deze wingewesten komt China’s economische groei tot stilstand en is het gedaan met haar sociale stabiliteit. Om invloed te hebben op China, moet je volgens Rabiya daarom de situatie in Tibet en Oost Turkestan onder de aandacht blijven brengen.







Twitter
LinkedIn
Facebook